Kennisbank: drukwerk aanleveren & opmaaktips

Alles wat je nodig hebt om drukklaar werk aan te leveren: geverifieerde specificaties, uitgelegd zonder omwegen. Vrij te gebruiken en te delen - ook door collega-ontwerpers.

Gratis opmaaksjablonen

Met aflooplijnen en veilige marge al ingetekend - open het SVG-bestand in Illustrator, Affinity of Inkscape en ontwerp er direct in.

De 8 gouden aanleverregels

  • Kleur: lever in CMYK aan (geen RGB). Diepzwart voor volvlakken: C50 M40 Y40 K100; bodytekst altijd in 100% zwart (K) voor scherpe letters.
  • PMS/steunkleur: gebruik de exacte PANTONE-code als steunkleur (Spot Color) - geen eigen benamingen zoals "grasgroen". Exporteer dan zonder kleurconversie.
  • Lettertypes: omzetten naar outlines of insluiten (bij groot formaat altijd outlines).
  • Bestand: PDF (bij voorkeur PDF/X-1a), zonder snijtekens, max. 1 GB. Geen EPS/AI/INDD/PS/PNG; JPG enkel voor canvas (zet RGB om naar CMYK).
  • Overdruk: gebruik bewust; controleer met "overdruk simuleren" in je opmaaksoftware.
  • Vermijd kaders dicht op de rand; laat de achtergrond doorlopen tot in de afloop.
  • Inktdekking: optimaliseer een te hoge inktdekking (via een aangepast CMYK-profiel) om vlekken en uitlopen te voorkomen.

Vector of pixel (raster)?

Twee soorten beeld, met een groot verschil voor drukwerk. Een vector is opgebouwd uit wiskundige lijnen en blijft op elk formaat haarscherp; een pixel- of rasterbeeld (zoals een foto) bestaat uit punten en wordt korrelig als je het te groot maakt.

  • Logo's, teksten en illustraties: bij voorkeur als vector (AI, EPS of PDF) - oneindig scherp en ideaal voor snijlijnen en veredeling.
  • Foto's zijn altijd pixels/raster: lever ze op 300 dpi op ware grootte aan.
  • Een vector maak je in Illustrator, CorelDRAW of Affinity Designer; een pixelbeeld in Photoshop.
  • Een pixelbeeld vergroten maakt het niet scherper: een klein of onscherp logo blijft onscherp in de druk.

Kleurprofiel instellen (ICC)

Stel je opmaaksoftware in op het juiste kleurprofiel, zodat je op het scherm zo goed mogelijk benadert wat je drukt. Voor gecoat papier is dat ISO Coated v2 (ECI / Coated FOGRA39).

  • Installeer het profiel en kies het als CMYK-werkruimte (Bewerken ▸ Kleurinstellingen).
  • Exporteer zonder kleurconversie en met de profielen ingesloten.

Een PMS-kleur maken

Een steunkleur (PMS/PANTONE) maak je niet door een kleur na te bootsen, maar door de exacte PANTONE-staal te gebruiken met kleurtype "Steunkleur" (Spot Color).

  • Open de PANTONE-bibliotheek in je software en kies de exacte code (bijvoorbeeld PANTONE 286 C).
  • Hernoem een steunkleur nooit en geef nooit een eigen naam ("grasgroen") - de naam moet exact kloppen.
  • Exporteer zonder kleurconversie zodat de steunkleur als steunkleur in de PDF blijft.
Een PMS-kleur makenEen PMS-kleur makenEen PMS-kleur makenEen PMS-kleur makenEen PMS-kleur maken

Preflight & overdruk simuleren

Controleer je PDF vóór je uploadt met de preflight- of uitvoervoorbeeld-functie van je software: kleurmodus, steunkleuren, overdruk, inktdekking en afloop.

Checklist vóór je uploadt

Loop deze punten na vóór je je bestand aanlevert:

  • Juiste eindformaat + 3 mm (vlak) of 10 mm (groot formaat) afloop.
  • CMYK + ISO Coated v2; PMS als steunkleur waar nodig.
  • Lettertypes outlines of ingesloten; geen haarlijnen.
  • Inktdekking ≤ 280%; zwarte tekst in 100% K.
  • PDF/X-1a, zonder snijtekens, 1 pagina per zijde.
  • Contour, veredeling of witdruk als steunkleur op overdruk (indien van toepassing).
  • Bij het samenstellen van je product zie je telkens de exacte aanleverspecs.

Vragen over een specifiek bestand? Mail ons - we kijken gratis met je mee.